Artikel 48 — Tonen van kaarten door de leider
A. Leider toont een kaart
De leider is niet aan een beperking onderworpen voor het tonen van een kaart (maar zie artikel 45C2) en geen kaart van de leider of van de blinde wordt ooit een strafkaart. De leider is niet verplicht een kaart te spelen die per ongeluk uit zijn hand valt.
B. Leider legt zijn kaarten open
- Als de leider zijn kaarten openlegt na een uitkomst uit de verkeerde hand, is artikel 54 van toepassing.
- Als de leider op enig ander tijdstip dan onmiddellijk na een uitkomst uit de verkeerde hand zijn kaarten openlegt, kan hij geacht worden slagen te hebben opgeëist of afgestaan (tenzij dat onloochenbaar niet zijn bedoeling was) en artikel 68 is dan van toepassing.
Artikel 47
Artikel 49
Als de beeldzijde van een kaart van een tegenspeler gezien zou kunnen worden door zijn partner of als een tegenspeler een in zijn hand aanwezige kaart noemt, wordt die kaart een strafkaart (artikel 50), tenzij het gaat om een normaal verloop van het spelen of een toepassing van de spelregels (zie bijvoorbeeld artikel 47E); maar zie artikel 68, als een tegenspeler een opmerking heeft gemaakt over een onvoltooide, nog lopende slag, en zie artikel 68B2 als de partner bezwaar maakt tegen het afstaan van slagen door een tegenspeler.